2017.10.02
BY shirin

Also available in: Engels, Frans

NIKITA & SAMUEL

HIPSTER/MUSLIM: BRUSSEL/MOLENBEEK

Samuel (1982) artist, works in Molenbeek, lives in Schaarbeek

Levend en geconfronteerd met zoveel culturen, identiteiten en verschillende manieren van denken, maakt het voor mij persoonlijk soms moeilijk als kunstenaar of als mens te weten hoe ik in het leven moet staan.

Identiteit

Ik ben kunstenaar en werk in een atelier in LaVallee, een creatieve verzamelwerkplaats in Molenbeek. Binnen mijn werk, en specifiek met het project I LOVE YOU ALL, staat het relatief en wisselbaar karakter van ideologieën centraal. In mijn ogen zijn Ideologieën gebaseerd op waarden en normen die wij voor onszelf gecreëerd en opgelegd hebben. Ze zijn niet gebaseerd op een absolute waarheid, en er bestaat dan ook geen ideologie die voor iedereen kan gelden. In mijn werk probeer ik me daarom bewust open te stellen voor de ander, en andere ideologieën te begrijpen of op zijn minst meer te respecteren.
Levend en geconfronteerd met zoveel culturen, identiteiten en verschillende manieren van denken, maakt het voor mij persoonlijk soms moeilijk als kunstenaar of als mens te weten hoe ik in het leven moet staan. Met mijn project I LOVE YOU ALL loop ik in verschillende wijken, steden en landen met het geschreven bord in verschillende talen, met als doel om uiteindelijk de ander graag te zien en buiten mijn persoonlijke denkkader te stappen. In mijn rol als kunstenaar lukt dit mij steeds beter, maar als mens is dit nog een dagelijks werkproces. Ik ben eerder een toeschouwer, sta een beetje buiten de maatschappij en neem er niet heel actief aan deel. Ik ben nog niet zo ver iedereen graag te zien, nog te onzeker mij daar geheel aan over te geven. Ik heb moeite om de ideologieën van mensen als Trump, Erdogan en zelfmoordterroristen te begrijpen. Uiteindelijk geloof ik dat er vanuit een respectvol dialoog en wederzijds begrip een gemeenschappelijk fundament gevormd kan worden waarin iedereen zich kan vinden. Mensen vertrouwen en vertrouwen bieden is mijn doel. Ik denk niet dat dit naïef of kinderlijk is, maar een realistisch en volwassen manier om met de nieuwe maatschappij om te gaan.

Brussel

In alle eerlijkheid had ik vooraf een beetje schrik van Molenbeek vanwege de vooroordelen. Dit was in de periode van de aanslagen. Tegelijkertijd wilde ik niet dat deze vooroordelen de overhand zouden nemen, en besloot ik mijn nieuwe atelierplek in Molenbeek te zoeken. Uiteindelijk is het goed meegevallen. Wel is er een duidelijke scheiding van culturen. Evengoed als voor andere culturen, is het voor mij niet makkelijk me zomaar geïntegreerd te voelen. Iedereen vertrekt uit zijn eigen standpunt. Zelfs als Vlaming, naar een stad als Brussel trekken, is een grote stap omdat je de stad, de omgang, en mengelmoes van al die verschillende culturen moet proberen te begrijpen. Je zoekt automatisch eerder aansluiting bij een cultuur dat je bekend is. Net als ik als kunstenaar graag aansluiting zoek bij andere kunstenaars. Er is een cultuurverschil en die wordt gevoed door een bepaalde ideologie die verschilt van de onze. Deze worden gevormd door bepaalde lagen die tijdens je opvoeding op je worden gelegd, en beïnvloeden de manier waarop je als mens begint te denken. Als je die lagen eraf zou nemen zou je zien dat wij allemaal gewoon mensen zijn die op een bepaalde manier in het leven staan en over het leven denken. Uiteindelijk zijn we allemaal hetzelfde. Voor mij is er geen juiste of foute manier. Ik voel dat Molenbeek een heel vredelievende gemeenschap is, dat ze socialer zijn dan ons. Religie geeft mij de indruk samenhorigheid te versterken, hetgeen wij minder kennen. We zijn versplinterd, we hebben geen vaststaande ideologie meer, niemand zegt ons wat goed is. We hebben allen onze eigen religie gecreëerd van ‘ zo wil ik het in leven staan’. Onze cultuur lijkt soms gecreëerd op een luchtbel die we vrijheid en geluk noemen, maar in zeer veel gevallen ongelukkige mensen voortbrengt.

De traditioneel Westerse maatschappij is erg gericht op individuele succes en het competitieve. Sommige mensen polariseren dan ook liever dan dat zij zich inzetten voor verbinding. Dit verzwakt de groep.

Zeitgeist

Ik kan dus begrijpen dat de mensen in Molenbeek zich net sterk voelen door die samenhorigheid en veel excessen zien in onze manier van leven en daarom geen behoefte hebben zich te vermengen. Net zoals wij ons niet bij hun religie en manier van denken willen aansluiten en onze cultuur zien als vrije mensen die genieten van het leven. Maar zij zien dat genieten niet als genieten. Echter leidt dit in het dagelijkse leven in Brussel niet tot confrontatie wat ook het fijne is. Mensen laten elkaar doen, het is een vorm van laissez faire.

Het is duidelijk dat een groot percentage in Molenbeek niet oorspronkelijk Belg is. Nu Molenbeek goedkoop is, komen veel jonge mensen zich hier vestigen. Niet meteen met het idee zich te integreren in Molenbeek. Maar dat is wel een soort noodzaak als je je daar goed wil voelen. Tenzij je je opsluit in een cocon, maar daar word je niet gelukkig van. Dat café binnenstappen waar je anders niet binnen zou stappen, eens ergens couscous eten waar je anders geen couscous zou gaan eten. Ik zou graag op een zo open volle manier in het leven staan, een respectvolle manier. Ik vergelijk god met een positieve en hoopvolle manier van in het leven staan, en de duivel met een negatieve en angstige manier. Ik denk dat wij als cultuur heel sterk uitgaan van ons gelijk. We vinden het vanzelfsprekend dat nieuwelingen zich hier aanpassen. De traditioneel Westerse maatschappij is erg gericht op individuele succes en het competitieve. Sommige mensen polariseren dan ook liever dan dat zij zich inzetten voor verbinding. Dit verzwakt de groep. Ik hoop dat in de toekomst het mogelijk gaat zijn gemeenschappen te bouwen waarin het welzijn van de groep voorrang krijgt op het individuele eigen belang. Ik heb het gevoel dat de Brusselse cultuur is sterker, iets zelfverzekerder, toleranter misschien dan het Vlaamse. Het is een cultuur die gewend is om te leven met andere culturen.

Originele interview in het Vlaams

 

Nikita (1989), journalist, works in Molenbeek, lives in Auderghem

Bij de blanke bourgeoisie is studeren de normaalste zaak van de wereld, waarom niet bij ons?

De wijk

Ik ben opgegroeid in een sociale wijk in Brussel. Als jonge jongen dacht ik dat het geluk te vinden was in gevechten, geld en meisjes: stommiteiten dus. Uiteindelijk kreeg ik het geld, kwamen de meisjes, heb ik gevochten en ben ik aangehouden geweest door de politie, maar was ik ongelukkig. Vroeger waren we trots op de miserie waarin we leefden. Triest hè? We hadden nood aan een ander waardesysteem om te overleven in deze maatschappij en het gaf ons trots om te noemen dat we miserie gekend te hebben. Vandaag bevind ik me tussen beide werelden. Ik heb geen makkelijk leven gehad maar besloot desondanks te studeren. Begonnen met communicatie en hierop volgende een master in politieke wetenschappen. En uiteindelijk nog een master in theologie. Ik kan gesprekken voeren met intellectuelen en terugkeren naar mijn quartier en « wesh frère » zeggen. Het is aan ons, de jongens uit de wijk die gestudeerd hebben, om de brug te vormen tussen beide werelden. We moeten de gasten uit de wijk duidelijk maken dat het geen wonder vereist om te gaan studeren. Het moet iets vanzelfsprekend worden. Bij de blanke bourgeoisie is studeren de normaalste zaak van de wereld, waarom niet bij ons? Een rapper zei ooit in een interview “Men zegt dat rap gewelddadig is, maar het is de omgeving waarin we leven die gewelddadig is. Door de omgeving te veranderen zal de rap veranderen.” In een gewelddadige omgeving,kan zelfs de lift die naar pis ruikt als gewelddadig ervaren worden.

 

Godsdienst

In Oezbekistan dragen we een Chapan als moslim. Een Chapan is een gewaad gemaakt van een ruwe stof. Een stof die lang meegaat. De islam kent meerdere interpretaties, zoals het Sji’isme, of het Soefisme dat erg spiritueel is bij ons. Het leert je te onttrekken van het materiële. Vanuit die gedachte maakte wij deze ruwe klederdracht. Gemaakt om om lang mee te gaan, zodat we geen nieuwe hoefde te kopen. Vroeger waren ze gemaakt uit wol of « soufe ». Onze spiritueel leider leerde ons hoe we door ons ego te doden, dichter bij god kunnen staan. Hij gaf ons bijvoorbeeld mee steeds voor de moeilijkste weg te kiezen, omdat je ziel voor het makkelijkste gaat. Ga ik studeren of slapen? Je ziel laat zich makkelijk verleiden tot het slapen. Door je ziel tegen te gaan, dood je je ego. Je probeert het tenminste. Soms win je, soms verlies je, een dag word je boos, de volgende dag lukt het je de woede te bedaren en win je. God kom je tegen als je je ego dood, dan pas ga je het licht zien. Het is dankzij de rap dat ik zo’n vijf jaar geleden de islam ontmoette. Ik hou van rap. Abdel Malek, een rapper, ook slammer, schreef een boek waarin hij vaak sprak over deiIslam, het soefisme en de liefde. Dit sprak me aan omdat bij ons, in Oezbekistan of in mijn familie we alleszins heel preuts zijn als het om liefde gaat, maar Malek was dat niet. Hij was zo open over liefde in zijn boek. Het soefisme zegt dat liefde de brug naar god is. En dat heb ik gemerkt in het jaar dat ik bekeerd ben. Nu heb ik mijn moeder lief en geef haar kusjes en ik luister naar de ander. Nu ken ik mijn ziel.

Moslim zijn is ook niet het enige dat me identificeert. Wat me het meest kenmerkt is dat ik uit een sociale wijk kom.

Identiteit

Ik vermeld niet dat ik moslim ben wanneer ik me voorstel aan anderen. Ik benoem enkel dat ik Nikita heet, 28 jaar oud ben, journalist, en in Brussel woon. Ik voel gêne bij het zeggen dat ik moslim ben. Ik ben bang dat de ander zich ongemakkelijk voelt. Natuurlijk hangt het ervan af wie de ander is. Maar het is voor mij een manier om het gesprek te beschermen. Ik vrees dat de ander zijn discours gaat veranderen eens ik zeg dat ik moslim ben.

Het stoort mij niet om over meisjes of alcohol te spreken. Ik ben geïnteresseerd in meisjes en denk aan meisjes. Misschien niet aan alcohol, maar aan meisjes denk ik. Ik ben ook maar een mens. Soms schaam ik me om de schaamte die ik voel.

Moslim zijn betekent dicht bij de ander staan. Maar ik heb geen zin om te zeggen: ‘aanvaard me hoe ik ben’, ik heb gewoon geen zin om me op te dringen. Moslim zijn is ook niet het enige dat me identificeert. Wat me het meest kenmerkt is dat ik uit een sociale wijk kom. En dat is wat ik graag vertel aan de mensen. Wij hadden weinig geld toen ik opgroeide. Nu gaat het, ik heb een goed salaris. Maar ik merk nog steeds dat ik me bijvoorbeeld niet op mijn gemak voel in een restaurant. Ik heb die gewoonte niet. Ik voel me veel meer op mijn gemak in een snack. Als ik sommige vrienden uit de wijk vraag een glas te drinken, kijken ze me glazig aan. Wij hebben die gewoonte niet. We kochten een fles die we met zes opdronken op de trappen. Toen mijn collega’s van de universiteit mij op een dag vroegen om tijdens een etentje de aperitief te voorzien, heb ik moeten opzoeken wat het was. Ik kende dit niet. Wij hadden dat niet. Erna zag ik dat een aperitief stond voor chips en dergelijk. Wij hadden geen chips, of juist enkel chips. Het was meteen de maaltijd.

Originele interview in het Frans, vertaald door Nora Mahamed en geredigeerd door Shirin Mirachor